
Maar achter die positieve cijfers gaat een ongemakkelijke werkelijkheid schuil. Scholen vangen het tekort ook op met noodoplossingen: grotere klassen, onbevoegden voor de klas of het intern herverdelen van capaciteit. Het tekort lijkt kleiner, maar verschuift in werkelijkheid naar kwaliteit en werkdruk. Wat nu verlichting lijkt, is in feite uitstel van het probleem. Zeker omdat de komende jaren opnieuw druk ontstaat door pensionering en beperkte instroom.
De impact daarvan is dagelijks voelbaar. Scholen zijn vooral bezig met roosters rondkrijgen in plaats van onderwijs verbeteren. Onderwijsprofessionals ervaren hogere werkdruk, met meer uitval tot gevolg. En leerlingen krijgen minder continuïteit: meer wisselingen voor de klas en soms zelfs lesuitval. Daarmee wordt duidelijk dat het lerarentekort niet alleen een kwestie is van aantallen, maar vooral van organisatie. We hebben geen lerarentekort, we hebben een samenwerkingsprobleem.
Waarom concurrentie het tekort in stand houdt In die organisatie zit een fundamentele spanning. Schoolbesturen opereren nog te vaak als losse partijen op dezelfde arbeidsmarkt. Iedereen werft voor zichzelf, organiseert zijn eigen vervanging en probeert zijn eigen gaten te dichten. Dat lijkt logisch, maar houdt het probleem juist actief in stand. Schaarste wordt niet opgelost, maar verplaatst. Wat de ene school oplost, wordt het probleem van de andere.
Zolang we vasthouden aan deze werkwijze, blijven we schaarste organiseren in plaats van verminderen. De intentie om samen te werken is er wel degelijk, maar in de praktijk blijft samenwerking te vrijblijvend. Zodra het spannend wordt, bijvoorbeeld als het gaat om capaciteit of controle, trekken organisaties zich terug op hun eigen domein. Daarmee blijft het systeem gefragmenteerd en afhankelijk van ad-hocoplossingen.
Het lerarentekort dwingt tot een fundamenteel andere manier van kijken. Niet langer vanuit individuele belangen, maar vanuit het collectief. Dat betekent onderwijs niet zien als losse eilanden, maar als één ecosysteem. De vraag verschuift dan van: “hoe los ik het op voor mijn school?” naar: “wat is de beste oplossing voor alle leerlingen in de stad?” Zonder dat perspectief blijft ongelijkheid bestaan en benutten we de beschikbare capaciteit niet optimaal.
Wat er verandert als je het samen organiseert De sleutel zit dus in het anders organiseren van capaciteit. Niet langer vanuit concurrentie, maar vanuit samenwerking. A’DAM Onderwijs laat zien hoe die omslag eruit kan zien. Als bovenbestuurlijke invalpool brengen wij vraag en aanbod samen over de grenzen van
individuele besturen heen. In plaats van veel losse oplossingen ontstaat één gezamenlijke aanpak.
Dat betekent dat scholen niet langer afhankelijk zijn van allerlei losse contacten, bureaus en eigen netwerken, maar kunnen terugvallen op één gedeelde infrastructuur. Voor schoolleiders betekent dat minder regelen, minder schakelen en meer tijd voor waar het uiteindelijk om draait: goed onderwijs. In de praktijk zorgt dat voor meer rust en overzicht: één aanspreekpunt, één loket en een efficiëntere inzet van beschikbare mensen. Scholen ervaren minder ad-hoc stress bij uitval. Onderwijsprofessionals in de pool krijgen juist flexibiliteit en afwisseling. En voor leerlingen ontstaat meer continuïteit.
Tegelijkertijd is het belangrijk om realistisch te blijven. Ook een gezamenlijke invalpool kan een structureel tekort niet volledig oplossen. Voor een schoolleider blijft het soms simpel: er is iemand nodig en die is er niet. Die frustratie is begrijpelijk. Wat wél verandert, is hoe we omgaan met de schaarste die er is én hoeveel rust, overzicht en eerlijkheid dat oplevert voor scholen. Door samen te organiseren, wordt capaciteit eerlijker en transparanter verdeeld. Zonder die gezamenlijke aanpak wordt het probleem niet kleiner, maar juist ongelijker verdeeld.
Het lerarentekort is daarmee niet alleen een probleem dat opgelost moet worden, maar een kans om het onderwijs fundamenteel anders te organiseren. En dat begint bij één keuze: niet langer ieder voor zich, maar samen verantwoordelijk.
Terug naar het overzicht